Maak van je grafiek geen zandkunstwerk

“Je hebt me verpest!”

Dat appte een vriendin me deze week. Bij haar op het werk heb ik vorig jaar een inspiratiesessie datastorytelling gegeven. En nu zat ze in een presentatie te kijken naar een slide waarvan ze direct dacht: dat is geen goede grafiekhygiëne.

De grafieken leken nog het meest op zo’n jampotje met zandkunst dat we vroeger als kind maakten. Je weet wel: laagjes gekleurd zand, keurig gestapeld, in alle kleuren van de regenboog. Stel je drie van die potjes voor op één slide. Onder elkaar. Met veel te kleine letters.

Het was volstrekt onleesbaar en niet breinvriendelijk. Ze haakte terecht af en appte mij.

Wat is grafiekhygiëne?

Grafiekhygiëne is het geheel aan basisregels dat ervoor zorgt dat je grafiek doet wat ’ie moet doen: helder communiceren. Net zoals je een keuken schoonhoudt voor je erin gaat koken, zorg je ervoor dat je grafiek opgeruimd is voordat je er een verhaal mee vertelt.

Denk aan dingen als: heeft je grafiek een duidelijke titel? Zijn de assen gelabeld? Is er een bronvermelding? Heb je een legenda waar die nodig is? Dat klinkt basaal. En dat is het ook. Maar je zou versteld staan van hoe vaak deze basis ontbreekt.

Grafiekhygiëne gaat verder dan alleen die checklist. Het gaat ook over kleurgebruik, lettergrootte en het aantal indrukken dat je grafiek tegelijk op je publiek loslaat.

Het probleem met te veel kleur

Kleur is een van de krachtigste hulpmiddelen in datavisualisatie. Kleur stuurt de aandacht, maakt onderscheid en kan een boodschap versterken. Maar alleen als je het bewust inzet.

Het probleem met die zandkunstgrafiek van mijn vriendin was niet de data zelf. Het probleem was dat alles tegelijk om aandacht schreeuwde. Rood, blauw, groen, geel, oranje. Elke datareeks in een andere kleur. En dan ook nog met een legenda ernaast in een lettergrootte die je alleen met een vergrootglas kunt lezen.

Het gevolg: je publiek ziet niets meer. Of beter gezegd: ze zien alles tegelijk, en dat is hetzelfde als niets.

Eén accentkleur. De rest grijs.

Kies je voor kleur in je grafiek? Kies dan voor één accentkleur en maak de rest grijs.

Dat klinkt rigoureus. En dat is het ook. Maar het dwingt je om te kiezen. Welke datareeks is het belangrijkst? Welk verhaal wil je vertellen? Welk inzicht moet je publiek meenemen?

Zodra je die keuze maakt, wordt je grafiek niet alleen rustiger. Ze wordt ook krachtiger. Want je publiek hoeft niet meer te zoeken. Je wijst ze precies de goede kant op.

De grafiekhygiëne-checklist

Voor je je grafiek de wereld in stuurt, loop even deze checklist langs:

  1. Heeft je grafiek een activerende titel? Niet “Aantal meldingen 2019-2023”, maar “Meldingen stijgen al vijf jaar op rij”.
  2. Zijn je assen gelabeld en begrijpelijk?
  3. Gebruik je maximaal één accentkleur om je boodschap te versterken?
  4. Is de lettergrootte leesbaar, ook achterin de zaal?
  5. Staat er een bronvermelding bij?

Geen spectaculaire lijst. Maar wel eentje met impact.

De koffieautomaattest

Uiteindelijk gaat het hierom: wordt er nog over je presentatie gepraat bij de koffieautomaat?

Als je grafiek eruitziet als een zandkunstpotje, is het antwoord waarschijnlijk nee. Maar als je één helder inzicht uitlicht, met één accentkleur en een activerende titel, dan geef je mensen iets om mee te nemen. Iets om over te praten. Iets om mee aan de slag te gaan.

En kom je toch in de verleiding om meer kleuren te gebruiken, onthoudt dan: als je alle kleuren mengt, dan wordt het bruin.

Ik ben trots als ik dit soort appjes krijg. Ze is niet verpest, ze heeft geleerd hoe je een verhaal vertelt met data. 🦩

 

Wil jij ook leren hoe je een verhaal vertelt met data zonder een regenboog aan kleuren?

In mijn inspiratiesessie: Ontdek de kracht van datastorytelling, neem ik je in een uur mee langs de principes van breinvriendelijk data presenteren. Inclusief de grafiekhygiëne-checklist. En ja, je kijkt daarna nooit meer hetzelfde naar een grafiek. Neem contact op als je wilt weten wat dat voor jouw team kan betekenen.