Pony’s worden kleiner als je ze vaker borstelt. Over je comfortzone en daarbuiten.

Elke woensdag sta ik tegenwoordig een pony te borstelen.

Niet per se iets wat binnen mijn comfortzone paste. Mijn dochter heeft paardrijles en daarbij hoort: samen de pony klaarmaken. Borstelen, opzadelen, hoeven uitkrabben. Ik vond paarden (en pony’s van het formaat van een paard) altijd erg imposant. Ik bleef liever op afstand.

Maar je staat er nu eenmaal. Elke week. En dan gebeurt er iets.

Afgelopen week merkte ik ineens dat de pony minder groot leek. Het borstelen is minder spannend. Ik kom dichterbij en aai het dier vrijwillig. Ze zijn niet kleiner geworden, mijn comfortzone is gegroeid. Sinds december. Stukje bij beetje. Zonder dat ik het doorhad.

Twee rollen als analist

Hetzelfde proces maakte ik jaren geleden door als analist. Als analist heb je eigenlijk twee rollen. Of beter gezegd: je hebt er één, en er is er nog één die erbij hoort als je echt impact wilt maken.

De eerste ken je goed: de uitvoerende rol. Data verzamelen, analyseren, rapporteren, dashboards bouwen. Dat is je vak, daar ben je goed in, daar voel je je thuis. En dat is vaak minder op de voorgrond, dus comfortabeler.

Maar er is een tweede rol. Eentje waar je in moet groeien en die (in dit AI-tijdperk) alleen maar belangrijker aan het worden is: de adviserende rol. Niet alleen de cijfers leveren, maar er iets van vinden. Een conclusie trekken. Een advies geven. Meedenken met de business. Sparren op basis van je inzichten.

Die eerste rol is je comfortzone. Die tweede? Dat was mijn paardrijles toentertijd.

Herkenbaar?

Waarom die adviserende rol spannend voelt

Het is niet zo gek dat die stap groot voelt. Je bent opgeleid als analist, niet als adviseur. Je wilt je uitspraken kunnen onderbouwen. En ineens moet je iets zeggen waar je misschien niet 100% zeker van bent. Wat als ze doorvragen? Wat als je conclusie niet klopt?

Maar hier zit de crux: je hoeft geen adviseur te worden. Je hoeft alleen de analist te zijn die ook durft te zeggen wat de data betekent. Dat is een wezenlijk verschil.

Je onderbouwing is er al. Je kennis is er al. Het enige wat ontbreekt is de gewoonte om dat hardop te zeggen.

Persoonlijk leiderschap

Dit gaat eigenlijk over een grotere vraag: welke impact wil jij maken met je werk?

Als je tevreden bent met data leveren, is dat prima. Daar is niets mis mee. Maar als je merkt dat je meer wilt, dat je wilt dat er iets gebeurt met je analyses, dat ze leiden tot betere besluiten, dat je wordt gezien als iemand die meedenkt, dan vraagt dat iets van jou.

Het vraagt dat je kiest voor die adviserende rol. Niet omdat iemand het van je eist, maar omdat jij vindt dat je data meer verdient dan een plek in een rapportage die niemand leest.

Dat is persoonlijk leiderschap. Niet wachten tot iemand je vraagt om mee te denken, maar het gewoon gaan doen.

Het wordt kleiner als je het vaker doet

De eerste keer dat je in een overleg niet alleen je grafiek laat zien maar ook zegt wat je ervan vindt, voelt onwennig. De eerste keer dat je terugvraagt “wat wil je eigenlijk weten?” in plaats van alles te leveren wat je hebt, is spannend.

Maar de tweede keer al iets minder. En de derde keer merk je dat je gesprekspartner je serieuzer neemt. Dat er betere vragen komen. Dat jij eerder bij besluitvorming wordt betrokken omdat je altijd van die goede ideeën hebt.

Het is geen kwestie van een cursus volgen of een boek lezen. Het is een kwestie van doen. Steeds opnieuw. Tot het je past als een jas.

Begin klein

Je hoeft niet morgen de directiekamer in te stappen met een strategisch advies. Begin met één ding anders doen.

Stel jezelf vooraf de vraag: wat vind ik hiervan? En laat vervolgens alleen dát zien, in plaats van je hele denkproces.

Highlight een ontwikkeling in een grafiek waar je iets over kunt vertellen. Maak het concreet.

Of vervang alle titels van je grafieken van beschrijvend naar verklarend. Je zult merken dat je dan al veel meer richting geeft.

Kleine stappen. Maar ze maken een groot verschil in impact.

De pony is niet kleiner geworden

De pony is nog precies even groot als in december. Maar ik sta er anders naast. Met meer rust. Meer vertrouwen. En eerlijk gezegd ook met meer plezier.

Zo is het in de afgelopen jaren ook gegaan met mijn adviserende rol. Die is stap voor stap ontstaan. Gegroeid. Maar ook dat cliché is waar: een reis begint met een eerste stap.

 

Wil jij je ook comfortabel voelen in de rol van adviseur?

In mijn Ontwikkeltraject: van dataleverancier naar sparringpartner werk ik met datateams aan precies deze stap: van dataleverancier naar sparringpartner. Niet door er een keer over te praten, maar door het te oefenen. Keer op keer. Tot de jas je past.